Lessen, studies, cursussen en instructies die vragen om je type voorkeuren
te gebruiken zullen
natuurlijk en gemakkelijk aanvoelen.
Waar mogelijk kan je eventueel nog vragen om enige aanpassingen, maar
waarschijnlijk zal je het ermee moeten doen. Pas je dan aan, en maak gebruik van
de mogelijkheid om je minder ontwikkelde voorkeuren te ontwikkelen.
Onderstaande
voorkeuren en cursuskenmerken gelden ook voor studie en werkvoorkeuren en
opgedragen taken. Met behulp van deze voorkeuren kan je nagaan wat je graag zou
doen en hoe je graag zou willen werken.
Je leert en werkt het
beste als:
Extraversion (E)
De aandacht ligt op de buiten wereld, mensen, plaatsen en dingen.
Hardop denken met genoeg tijd is toegestaan; conclusies zijn niet
nodig. Feedback nodig.
Interactie, groepsgesprekken,en elkaar leren kennen worden
aangemoedigd.
Groepsprojecten worden aangemoedigd.
Toepassingen worden gepresenteerd voor onderliggende concepten.
Leren door doen. Actie georiënteerd.
Geniet van tal van activiteiten
Introversion (I)
De aandacht ligt op de innerlijke wereld van gedachte en reflectie
Toegestaan om te denken voor het discussiëren over onderwerpen en
beantwoorden van testvragen
Nadenken over en begrijpen worden aangemoedigd.
Heeft vrijheid en ruimte nodig om zich op één ding tegelijk te
concentreren.
Begrijpen moet zich voordoen voor toepassen.
Werk alleen, of met een ander op projecten met minder toezicht.
Sensing (S)
Lesmateriaal is opgebroken in kleine delen.
Leren verloopt stap-voor-stap met voorbeelden.
Materiaal is gebaseerd op praktijk ervaring en experimenten.
De nadruk ligt op het kennen van bepaalde feiten en volledige
details.
Houden niet van abstracte theorie. Moeten praktische toepassingen
zien.
Geven voorkeur aan standaard procedures en traditionele aanpak wordt
gebruikt.
Genoeg tijd is toegestaan om de te leren bekwaamheden te oefenen.
Testen leggen de nadruk op het kennen van feiten.
Intuition (N)
Het overzicht wordt gegeven voor de bijzonderheden.
De nadruk ligt op symbolen / theorie.
Voorstellingsvermogen, mogelijkheden en implicaties worden
aangemoedigd.
Vernieuwende procedures en benaderingen worden gebruikt.
Zelfstandige studie is toegestaan en wordt aangemoedigd.
Tal van programma's en activiteiten
Houden niet van herhalingen en terugblikken en geven de voorkeur aan
afwisseling.
Testen leggen de nadruk op nadenken, creativiteit,
veronderstellingen, vermoeden en verklaringen.
Thinking (T)
Houden van (hoog)leraren die helder, logisch, analytisch en scherp
zijn.
De cursusinhoud legt de nadruk op begrijpen, objectiviteit,
bijvoorbeeld wetenschap, wiskunde.
Waarderen eerlijkheid en objectiviteit. Houden niet van enige vorm
van begunstiging.
Competitief, zelfstandig.
Zijn geneigd kritisch te zijn en vinden fouten in argumenten en
situaties.
Waarderen logische, goed georganiseerde cursussen die deskundigheid
bieden.
Feeling (F)
Houden van (hoog)leraren die vriendelijk, tactvol, met empathie en
ondersteunend zijn.
De cursusinhoud legt de nadruk op relaties, empathie, contact,
bijvoorbeeld raadgeving en begeleiding, lesgeven.
Waarderen samenwerking, overeenstemming en houden niet van wedijver.
Hebben een humanistische aanpak. Leren zou een kans moeten zijn voor
persoonlijke groei samen met waardevolle sociale betekenis.
Het leren is verwant met de student.
Judging (J)
(Hoog)leraren zijn helder en met empathie over hun standpunt m.b.t.
de onderwerpen.
(Hoog)leraren houden zich aan het cursusprogramma, hoofdpunten en
schema.
Hebben planmatig, gepland leren nodig met kaders, hoofdpunten en
deadlines.
Verwachten feedback en evaluatie van de leraar.
Houden niet van verrassingen en te veel vrijheid bij het leren.
Perceiving (P)
(Hoog)leraren vragen studenten om hun eigen standpunt te
ontwikkelen.
(Hoog)leraar mag afwijken van schema, hoofdpunten of
cursusprogramma.
Gedreven door nieuwsgierigheid en houden van ontdekkend leren onder
lichte druk.
Gelegenheid om te onderzoeken en te ontdekken met een flexibel
tijdsschema.
Genieten van een gevarieerdheid van ideeën en leerstijlen.