DRAWINGS. Danielle Lemaire

recent drawings / artist portraits / mijn land is tussen hemel en aarde / xiamen drawings / posterdesigns / portrait of a house

home

P i c t o r i g h t (c)

 


'Mijn Land is tussen Hemel en Aarde'

For the Biennale Gelderland 2016 I made a work of art in one of the oldest toko's in the Netherlands, toko Rasasari in Arnhem. title translated: 'My Land is Between Heaven and Earth'
The toko was founded in 1963 by the now 82-year-old grandmother Son, who still works there.
I find Grandma Son fascinating; she is full of optimism and lust for life, someone who always gained strength out of great difficulties
in her life. Her stories are intense and not without exaggeration.
I drew up her story. I transformed her portrait, intertwined with the knowledge about (the past of) the country of birth of my father, Indonesia, in a drawings installation and a book.Gelderland Biennale 2016 editie 'Living Giving' For the jubilee edition Biennale Gelderland 2016 artists created a work for a resident at locations in the city. A judge, a tailor, a refugee, they all went into conversation with an artist.Curator Hanne Hagenaars invited the artists.Danielle Lemaire worked and exhibeted in Toko Rasasari

 

 

..

 

'Ghost Bar' pencil and conte on canson montval paper, 151 x 215 cm.
When I visited the toko for the first time, there was a bar on the first floor that was not in use for quite some time. It was like a living reminder of the past. It intrigued me. When I visited the toko some months later, the bar was gone, due to home improvements. It was replaced by more tables and chairs for restaurant customers. I decided to give back the bar to that space at the first floor, in the form of a big drawing. 'Ghost Bar' it is called. Some customers, who visit the toko since the 1970's, recognized the bar immediately.

 

 



..

'Nóstos-Álgos' pencil and conte on canson montval paper, 150 x 80 cm.
'Nóstos-Álgos' pencil and conte on canson montval paper, 150 x 80 cm.
2016 Biennale Gelderland​
Panorama drawing made for the window of Restaurant Rasasari​, where it was connected with the street. It is a landscape showing a lifeline (of oma Son). In the picture you see details related to a.m. Friesland where oma Son's far forefather came from. The allover basic drawing is made with pencil; a partly imagened map of Indonesia. On top of that layer I drew in conte. You see Indo people arriving in the Netherlands, with a reference to a stuffy Dutch pension livingroom in the fiftees, the years in which many Indo refugees landed in NL. More over, you see the boat that went from NL to Indonesia back and forth, with paper guirlandes that connected the boatpeople to the shorepeople for some minutes at leaving. Oma Son and her husband have timeless faces. His face looks into the future. You see an image of Surabaya in the 18th century (right under). You see a glimpse of he womancamp, where women had to eat the wastewater of cooked vegetables, with rice. You see soybeans, oma Son and her husband had a soy firm near Arnhem, basics for their restaurant, and left under in the drawing you see mudwater with rice overflowing in a river of today, filled with dirty trash, a big problem that is not being picked up by the government in Indonesia, today.
 

De vertrouwde kracht pencil and conte on canson montval paper, 80 x 70 cm

 

other Drawings:

 

Nóstos-Álgos pencil and conte on paper, 29,6 x 20,8 cm

 

De dochter van de sultan pencil and conte on paper, 29,5 x 21,2 cm

 

De stenengooiers worden tegengehouden pencil and conte on paper, 31 x 41 cm

 

Het Begin pencil and conte on paper, 29,5 x 20,7 cm

 

Firma Sojaboon pencil and conte on paper, 32 x 24 cm

 

Het zwarte eten en de zonnesteek, pencil and conte on paper, 29,5 x 21,2 cm

 

Kemangi pencil and conte on paper, 29,8 x 21,2cm

 

Mijn land is tussen hemel en aarde pencil and conte on paper, 32 x 24 cm

 

Portret van oma Son pencil and conte on paper, 23,5 x 20,7 cm

 

more more more background story ! >>> in the M i s t e r M o t l e y Salon

 


 

A risoprinted booklet was released for this project. Stenciled at Knust Press.

 

 


 

Kiosks at the street

 

 

Parts of the exhibition in restaurant Rasasari

 

Right: Peter Bouman, (Indisch Netwerk NL, Pelita) and Shirley Schuyt, eigenaar toko Rasasari, dochter oma Son

 

 

Me and oma Son

 

 

Tekst uit de catalogus. Geschreven door Danielle Lemaire en Lieneke Hulshof.

De vader van kunstenaar Danielle Lemaire werd in 1934 geboren in Semarang, een stad op het eiland Java in het voormalig Nederlands-Indië. Als kind maakte hij speelgoed van takjes en tekende op stukjes afvalpapier. Maar ook al was het marginaal gesteld met de dagelijkse uitrusting, de echte roerige tijden zouden een paar jaar later pas uitbreken.

Als reactie op de Japanse overval op Pearl Harbor in 1941, verklaarde Nederland de oorlog aan Japan. Niet lang daarna landden de Japanners in Nederlands-Indië om alle Nederlandse strijdkrachten te verslaan. De opa van Lemaire moest gedwongen werken voor de ‘jappen’ aan de Birma spoorlijn en haar oma overleefde de oorlog niet. Haar vader kon in die tijd niet naar school, had amper te eten en moest zijn beide ouders missen. Na de capitulatie in 1945 van de Japanners probeerde de Nederlanders met geweld de macht in het land te behouden. Tevergeefs; aan het koloniale tijdperk kwam een einde. Indonesië werd onafhankelijk en de chaotische jaren hielden nog een tijd stand. Alle Nederlands-Indische mensen, indo’s, totoks en andere Europese burgers zonder of met bijna geen Indonesische afkomst werden met geweld weggejaagd en moesten vluchten. De opa en vader van Lemaire kwamen met hun gezin in Nederland terecht waar ze vanaf de kaarsrechte gladgeschoren grond een geheel nieuw bestaan trachtten op te bouwen. Haar vader ruilde het afvalpapier om voor linnen en de takjes voor drumstokken om de beruchte Nederlandse ex-kolonie voorgoed achter zich te laten.

Ook de 81 jarige Arnhemse oma Son sloeg haar jeugd over in voormalig Nederlands-Indië. Ze werd net als vader Lemaire in 1934 op Surabaya geboren. Van haar zevende tot haar negende zat ze in het Jappenkamp, van haar negende tot haar elfde in het kamp van de Indonesiërs. Nadat ze werd bevrijdt door het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) vertrok ze halverwege de jaren vijftig dan ook naar Nederland . Het eten in het kamp was rampzalig, oma Son kreeg als kind in de groei een schep rijst en zwart water dat afkwam van de gekookte groenten van de kampeigenaren. Toch is het daar in het kamp geweest waar ze haar vindingrijkheid rondom eten heeft gevormd. Tijdens de oversteek ontmoette ze haar man Ludwig en samen kwamen ze in Arnhem terecht. Ze wilden het koken ontwikkelen voor de Indische gemeenschap in hun omgeving. Basis ingrediënten als soja en kecap waren niet voorhanden, maar met de hulp van een boer konden ze aan soja komen. Dit leidde er uiteindelijk toe dat het echtpaar in de jaren zeventig Toko Rasari startte in een Arnhems pand aan Eiland 8. De straten rond het Eiland werden toen nog bestempeld als onguur met zijn prostituees en de buurt stelde zich dan ook vijandig op jegens de nieuwe vreemdelingen. Ramen werden bekogeld met stenen en eieren, maar Son en haar man kookten dapper door. Na het kamp zouden ze voor niemand meer bang zijn. Nu, bijna vijftig jaar later, is het nog steeds een levendig familiebedrijf en een van de oudste Toko’s die Nederland rijk is.

Danielle Lemaire is een interdisciplinair kunstenaar en heeft net als haar vader een grote liefde voor tekenen, schilderen en muziek. Haar tekeningen kenmerken zich door zwart witte voorstellingen waarop ze vaak iets weglaat. De toeschouwer is aangewezen op zijn verbeeldingskracht. Wie kort kijkt heeft niet door dat er stukken ontbreken en interpreteert vanzelfsprekend handen, gezichten of tafelbladen op de plekken waar Lemaire de details heeft weggelaten. Haar tekeningen zijn vervreemdend en om nieuwe details te ontdekken dien je intensief te kijken.
Nadat haar vader in 2011 overleed heeft Lemaire zich steeds meer verdiept in haar Indisch-Nederlandse achtergrond. Zo ging ze naar Bandung, de hoofdstad van West-Java, waar zij een residency deed. Ze ontmoette daar kunstenaars en raakte gefascineerd door de manier waarop zij de visuele taal uit hun traditionele cultuur vermengen met een eigen experimentele beeldtaal.

Voor de Biënnale Gelderland gaat Lemaire werk maken voor Oma Son van Toko Rasari.
Wellicht vanuit hun verwante achtergrond werd het contact gemakkelijk gemaakt. Lemaire erkent dat mensen met een Indische achtergrond vaak direct ‘iets’ herkennen in elkaar wat de wederzijdse toegankelijkheid vergroot en waardoor ieder minder over zichzelf lijkt te moeten uitleggen. Er is bij voorbaat verwantschap en acceptatie, ongeacht leeftijd of beroep.
Toko Rasari heeft een drukke en gezellige inrichting die wordt geaccentueerd met uitgestalde nostalgische spullen. Nostalgische decoratie hangt altijd tussen kitsch en weemoed in. Half ontblote jongenslijven op karbouwen(waterbuffels) gegoten in keramiek staan op de vensterbank, schilderijen met zonovergoten schone landschappen hangen aan de muur, opengeslagen papieren parasols zijn verspreid en Wayang Kulit poppen sieren de bar. Lemaire vind het gewichtige verhaal rondom de geschiedenis van het familiebedrijf in combinatie met de nostalgische bijna kitscherige beeldcultuur fascinerend.

Nederlands-Indië is niet alleen voor Lemaire, maar in heel Nederland een prominente herinnering in het nationale culturele geheugen. Veel Nederlanders zien Indië, net als Son en Lemaire, als hun land van herkomst. Nu steeds meer mensen die daadwerkelijk in Nederlands-Indië hebben geleefd, er niet meer zijn, worden herinneringen aan deze ex-kolonie overgeleverd in visuele vorm.
Meer dan over het verleden vertellen deze voorstellingen, films, strips, fotoboeken, maar dus ook beeldjes van ontblote jongenslijven en papieren parasols over de omgang met het koloniale verleden. Soms getuigt dit beeldmateriaal van een kritische blik, maar vaak zijn ze, net als bij familie Son doordrenkt met Nostalgie. Auteur Pamela Pattynama schrijft in haar boek ´Bitterzoet Indië (2014)’ over de betekenis van deze visuele overdracht. Ze beschrijft daarin de jaren 60 wanneer Indische mensen een eigen gemeenschap in Nederland beginnen te vormen en men zich veilig gaat voelen door zich te richten op het verleden. Ze haalt daarbij de historicus David Lowenthal aan; ‘niet de aanwezigheid, maar de voorbijheid van het verleden spreekt aan’ . En over de betekenis van nostalgie citeert ze Rudy Kousbroek: ‘Nostalgie is de weg weten in een huis dat niet meer bestaat’ . Danielle Lemaire is geïnteresseerd in dat laatste en voor de Biënnale Gelderland gaat zij voor Oma Son de weg verbeelden in het huis dat al meer dan vijfenzestig jaar niet meer bestaat.

Augustus, 2016

 

M i s t e r M o t l e y Salon