De Reportage. Deze
fotoreportage geeft een beeld van de Hoogeveense Vaart. Het laat de hele Hoogeveense Vaart
zien tussen Meppel en Schöninghsdorf in Duitsland. De reportage is begonnen in Duitsland
en eindigt in Meppel. De volgende kanaaldelen zijn gefotografeerd:
- Het Hoogeveenkanal (Duitsland) vanaf
het Nord-Südkanal, doorlopend in:
- De Verlengde Hoogeveense Vaart (In
Zwartemeer en Klazienaveen het "Van Echtenskanaal" geheten) tot aan de
oostelijke rand van Hoogeveen bij de aftakking van de Hoogeveense Vaart om Hoogeveen heen;
- Een klein stukje van de "oude" Hoogeveense
Vaart en de Venesluis aan de westelijke rand van Hoogeveen;
- De Hoogeveense Vaart tussen de
westelijke rand van Hoogeveen en de oostelijke rand van Meppel, en waar mogelijk een foto
van de oude vaart;
- In Meppel aan de buitenrand van de bebouwde kant een
stukje van de "oude" Hoogeveense Vaart, en een blik op de omleiding van de
Hoogeveense Vaart ten zuiden van Meppel.
De omleiding ten zuiden van Meppel en ten zuiden en
oosten van Hoogeveen zijn zelf niet gefotografeerd, net zo min als de kanalen of delen
daarvan binnen de bebouwde kom van Hoogeveen en Meppel.
Wat historie:
Bij Meppel komen een aantal riviertjes tezamen en
stromen verder naar het zuiden in wat nu het Meppeler Diep heet. Van die riviertjes zijn
er een aantal natuurlijk (De Reest, de Wold Aa, de Oude Vaart) en een aantal gegraven: De
Leisloot (vroeger Swarte Grift), de Hoogeveense Vaart (vroeger de Wetering of Echtener
Grift) en de bekende Drentse Hoofdvaart.
Reeds in 1426 is er sprake van "De Wetering". Dit was een kanaal, dat kennelijk
voor de afwatering van de veengebieden ten oosten van Meppel is gegraven. Het liep van
Meppel in de richting van het huidige Hoogeveen. Onder Meppel mondde het via een primitief
soort stuw in de Reest uit. Hoewel het Oude Diep (een stroom ten noorden van het huidige
Hoogeveen) bij Echten in de wetering uitmondde, is de wetering niet de benedenloop
daarvan. Het Oude Diep mondde oorspronkelijk in de Koekanger Aa uit, die op haar beurt
weer in de Wold Aa uitmondt.
Deze wetering werd trouwens later de Echtenerstroom
of Echtener Grift genoemd. Er werd reeds gevaren met turfpramen, die turf afvoerden uit
het Westerveen. In 1625 werd door Roelof van Echten de "Algemeene Compagnie van de
5000 Morgen" opgericht om ontvening van de Echtener Grote Venen mogelijk te maken. De
wetering moest hiervoor bevaarbaar worden gemaakt om turf af te voeren en eventueel
materiaal aan te voeren, en werd hiertoe uitgediept en van sluizen voorzien. De primitieve
stuw bij Meppel werd vervangen door een echte sluis, zodat scheepvaart op het kanaal tot
aan Echten mogelijk werd. Het Oude Diep werd aangesloten op het kanaal en vanaf hier tot
aan Meppel was het kanaal gereed in 1634. Het kanaal werd doorgegraven tot diep in de
Echtener Grote Venen en de laatste sluis in het kanaal, in de veengebieden, werd
gebouwd in 1637 en kreeg de naam Veeneschut, later Veenesluis. Op die plaats is al spoedig
een kolonie ontstaan, die de naam Hoogeveen kreeg. De gerestaureerde versie van deze sluis
is nog aanwezig in het oude deel van het kanaal, ten westen van Hoogeveen.
De gekanaliseerde wetering kreeg de naam "Hoogeveense Vaart". Deze vaart is ruim
200 jaar gebruikt voor de afvoer van turf vanuit de veengebieden, maar ook voor andere
doeleinden, zoals het transport van manschappen in de 80-jarige oorlog.
UIteindelijk was het kanaal sterk verouderd en kon miet meer concurreren tegen de
Drentsche Hoofdvaart (1770) en de Dedemsvaart (1810).
Tot aan 1850 is er sinds de verbetering van de oude
wetering aan de Hoogeveense Vaart niets veranderd. In 1851 werd daarom de Drentsche
Kanaalmaatschappij opgericht en werd de Hoogeveense Vaart verbreed en uitgediept. De 11
oude sluizen werden vevangen door vijf moderne, bochten werden rechtgetrokken. Vanaf
Hoogeveen is dit kanaal als veenkanaal verder naar het oosten gegraven, door de
veenkoloniën, tot in Duitsland aan toe. Daar mondde het kanaal in uit in het
Nord-Südkanal, dat zoals de naam al zegt noord-zuid loopt. Later is de omleiding om
Hoogeveen en bij Meppel aangelegd en daarmee werd het kanaal naar Hoogeveen bevaarbaar
voor schepen tot 600 ton.
Delen van de oude wetering zijn nog aanwezig, o.a. in en bij Meppel en Hoogeveen en bij
Noordwijk en Rogat.
Het is opmerkelijk te noemen dat de Hoogeveense
Vaart gedurende 200 jaar in het geheel niet is veranderd en toch zeer belangrijk is
geweest voor de ontvening en ontwikkeling van dit deel van Drenthe. In totaal is de
Hoogeveense Vaart ruim 300 jaar lang een belangrijke vaarweg geweest.
Thans is de gehele Hoogeveense Vaart vanaf het Meppelerdiep tot aan Klazienaveen nog
steeds bevaarbaar. In Klazienaveen zijn in het centrum delen van de vaart gedempt. Het
kanaal heeft nog steeds een functie in het vervoer van goederen per schip, maar met name
de delen oostelijk van Hoogeveen zullen een grotere rol gaan spelen in de waterrecreatie.
Met dank aan de gemeenten Meppel en
Hoogeveen, die de nodige informatie hebben verschaft.
Informatie uit o.a. "Meppeler grachten - graven en dempen", "Het onderhoud
van de Hoogeveensche Vaart in de 17e en 18e eeuw" (G. A. Coert) en "De
Hoogeveensche Vaart - Wanneer en waarom is deze gegraven" (H. Elsinga).
De nummers op het kaartje hiernaast
corresponderen met de "thumbview" foto's hieronder. Een klik op een nummer van
het kaartje of op een onderstaand fotootje opent een grote foto.
|