WINDMOLENAAR
PETER VAN DEN EIJNDEN, ALS MODEL VOOR VINCENT VAN GOGH TE NUENEN ?

In het
orgaan van de Nuenense heemkundekring "De Drijehornick" van september
2000, wordt de eerste windmolenaar van Nuenen, P.J. van den Eijnden,
onder de aandacht gebracht, in het artikel: "Een verzwegen windmolen".)1
In van
Goghs werken en brieven, komt deze windmolen als zodanig niet voor.
Wel zijn er landschapselementen waar een windmolen in voor komt, welke
de Nuenense windmolen zou kunnen voorstellen.
In dit
artikel wordt aangenomen dat het de Nuenense molen betreft. Deze molen
is in oktober 1883, tijdens de bouw ingestort. In augustus 1884 werd
de molen door Peter van den Eijnden in gebruik genomen en aangegeven
in het register der grondbelastingen, van de gemeente Nuenen.
Vincent
van Gogh was van eind 1883 tot in november 1885 in Nuenen-dorp woonachtig.
Hij moet zowel de molen als de molenaar goed gekend hebben. De familie
De Groot- van Rooij, waar Vincent vaak kwam voor de "modellen"
van o.a. de Aardappeleters, woonde op minder dan 200m afstand van
de molen, aan dezelfde weg, richting Gerwen. Als Vincent vanuit Nuenen-dorp
naar de genoemde familie ging, kwam hij langs de ingestorte molen
en heeft de wederopbouw en in gebruikname van nabij kunnen waarnemen.
Het is zeer waarschijnlijk dat Vincent de molenaar Peter van den Eijnden,
in deze periode heeft leren kennen.
Het toeval
wil dat Vincent en Peter op een maand na even oud waren (resp. april
en mei 1853 geboren). Beiden waren ongehuwd en nieuw in de Nuenense
gemeenschap. In de ogen van de plaatselijke bevolking waren zij mogelijk
buitenbeentjes, met een niet allerdaags beroep. Het lijkt mij niet
onmogelijk dat deze twee "vreemdelingen" het goed met elkaar konden
vinden.
De vraag
is nu: "Heeft Peter Jan van den Eijnden model gezeten voor het
schilderstuk "Mannenkop" (J.H. 786) van Vincent van Gogh?"
Hulsker
schrijft over dit werk: "Een geheel op zichzelf staand geval is
"De mannenkop" 786, bijzonder moeilijk te dateren, ook al omdat de
figuur in type en kleding afwijkt van de overige portretstudies uit
1884 en 1885".)2
DE GELIJKENIS...
De familie Rooijackers uit Nuenen, heeft mij aan fotomateriaal geholpen,
waarop Peer-Jan van den Eijnden, zoals hij genoemd werd, afgebeeld
staat. Een foto genomen omstreeks 1905 op 52-jarige leeftijd en een
foto gemaakt op ongeveer 80-jarige leeftijd. Aangenomen dat "De
Mannenkop" (J.H.786), zoals verondersteld, werd geschilderd in
1884. Peer-Jan was in dat jaar, 31 jaar oud, hetgeen aardig overeen
komt met de afbeelding.
Tussen
het schilderij en de beide foto's zit een groot tijdsverschil. Toch
is er m.i. enige gelijkenis te ontdekken. Met name de wenkbrouwen,
de neuswelving en de stand van de mond, geven te denken.)3
Een foto
(en-profil) op nog jongere leeftijd zou meer duidelijkheid kunnen
verschaffen. Echter, zelfs een eigentijdse foto zegt t.o.v. een schilderij
nog niet alles.
|