Op zoek naar de voetstappen van

Vincent van Gogh

in zijn Nuenense periode

WATERMOLENS / STATION EENEIND EN TONGELRE / EINDHOVEN / STILLEVENS

DEEL 4/6

DEEL-1 DEEL-2 DEEL-3 DEEL-4 DEEL-5 DEEL-6
           

 

WATERMOLENS

In de brief aan Anthon v. Rappard, juni 1884, komen de zwerftochten van Vincent samen met Anthon aan het licht. Nadat Vincent, in mei 1884, van zijn vriend afscheid had genomen in het cafeetje bij het station Nuenen / Tongelre, was hij gestart met een schilderij van een watermolen met twee rode daken, 'anders als de twee watermolens die ze samen bezocht hadden', zo schreef hij. Die twee watermolens zijn bijna zeker de Opwettense en de Hooidonkse-watermolen. De molens leken erg op elkaar maar met de rode daken was toch iets bijzonders. Dat moet de Collse molen zijn geweest JH 488, zie kaartje 3. De watermolen van Opwetten JH 527 ligt op de weg naar Eindhoven aan de linkerkant, met het grootse schoepenrad van Nederland, wist Vincent dat? Aan het zandweggetje ligt op 500 m. van de molen in oostelijke richting het fraaie gehuchtje "Wettenseind" verscholen in het groen. Dit moet van Gogh gezien hebben, misschien JH 492.

De andere watermolen, de Hooidonkse, is voor zover bekend niet getekend of geschilderd, hij had nog zo veel andere dingen ingedachte die veel dichter bij het boerenleven stonden. Zeker is dat niet, want van de St.Antoniuskapel dicht bij de Opwettense watermolen, (op kaartje 3 vermeld als "kapel", zonder nummer), is ook geen enkele prent opgedoken. Die kapel was toen al in verval en verbonden aan een legende die betrekking heeft op de naam Wolvendijk, de weg tussen Tongelre en Opwetten )7. Uit overleveringen van "zijn vriend uit Eindhoven" (Anton Kerssemakers) blijkt dat Vincent deze kapel vele malen geschilderd zou hebben, omdat hij deze zo mooi vond. Als dit juist is, zit er misschien ergens veel geld op een zolder of achter het behang. Was het deze kapel wel? Hier kom ik nog op terug.

De kortste weg van Opwetten naar Eindhoven, is de kortste over de Wolvendijk via de kern van Tongelre, het Hofke.

 

STATION EENEIND EN TONGELRE

Van Gogh moet op de hoogte zijn geweest dat de toenmalige oude St.Martinuskerk spoedig zou verdwijnen, hij heeft in ieder geval in het voorbijgaan een aardig tekeningetje geproduceerd van deze kerk JH 640. Gezien zijn activiteiten in Eindhoven zal hij daar meerdere malen langs gekomen zijn. Een andere weg vanuit de kern van Nuenen, was het kerkdijkje aflopen over de Refelingse heide naar het station Nuenen / Tongelre op Eeneind. Ik heb dit station aangegeven zonder nummer, er is ook geen enkele afbeelding van te vinden, zie kaartje 3.

De spoorwegen hielden er, voor kleine stations als dit, zoiets als een eenheidsvorm op na, vandaar deze weergave. Het station heeft nog een grotere opvolger gehad maar dit is ook reeds verdwenen, alleen het keienweggetje "Stationsstraat" is nog hetzelfde als in de tijd van van Gogh, evenals het stationskoffiehuis en nog enkele andere gebouwen. Hier staat ook de nieuwe St.Antoniuskapel als vervanging van de oude kapel aan de Wolvendijk. Deze kapel is opgenomen in de lijst van Nuenense bezienswaardigheden. De Collse watermolen ligt op ca. 800 m. van het voormalige stationnetje. De brug voor de molen heette toen "Hoogebrug" en was tevens de grens tussen Nuenen en Tongelre. De Collse watermolen is enige malen gerestaureerd en staat op de monumentenlijst. Er wordt af en toe graan gemalen als attractie. Van de molen kon men van daaruit gemakkelijk naar Eindhoven. Via het lange pad naar Klein-Tongelre, dat is bij de Tongelresestraat waar deze nu de Jeroen Boschlaan kruist. Vervolgens Tongelreseweg(straat) naar het kanaal van Eindhoven. Bij het havenhoofd / Dommelbrug was het pas gemeente Eindhoven.

HET NOG BESTAANDE STATIONSKOFFIEHUIS "CAFEETJE", 1995 foto cv

STATIONSSTRAAT NUENEN C.A.

onveranderd sinds 1885, 1994 foto cv

 

EINDHOVEN

Kaartje 4 laat de binnenstad van Eindhoven een beetje vertekend zien. Alles op een kluitje maakt veel weglaten noodzakelijk. In de aangegeven straten met veelal andere namen als nu, heeft van Gogh zeker gelopen. Niet op zoek naar het boeren leven en hun hutten, ook niet naar het uitgaansleven in de stad; nou stad?

Eindhoven was toen nog een piepklein stadje, ingesloten door 5 veel grotere dorpen en eigenlijk bij toeval in van Gogh’s werken terecht gekomen. Op of bij het station Nuenen / Tongelre werkte min-stens één man die in Eindhoven woonde. Bij zijn aankomst op dat station in december 1883 is Vincent zeer zeker opgevallen met zijn schilderskistje, eenvoudige en slordige kleding, die afgehaald werd door meneer de Dominee. Geen krant is zo rap als het mondelinge dagblad.

De spoorwegstations stonden telegrafisch met elkaar in verbinding. Mathias Kavelaars was telegrafist op het station van Nuenen / Tongelre, maar woonde in de Rechtestraat te Eindhoven. In de Rechtestaat woonde ook Jan Baijens, hij had daar een schildersbedrijf met winkel. Baijens die zelf de schilderkunst beoefende en gegoede klanten had, fungeerde waarschijnlijk niet alleen als mondelinge krant, maar ook als koerier-leverancier in verfwaren en aanverwante artikelen. Telegrafist Kavelaars werd in juni 1884, vervangen door Willem van de Wakker uit Tilburg. Willem die ook tekende en schilderde betrok voorlopig het kosthuis van Kavelaars in de Rechtestraat. Jan Baijens kreeg er weer een klant bij. Mathias Kavelaars kwam oorspronkelijk uit Zevenbergen. Hij ging terug naar zijn geboorteplaats en huwde daar. Vincent is twee jaar in Zevenbergen op kostschool geweest. Kende hij Mathias Kavelaars?

Als genoemde telegrafisten in Helmond hadden gewoond zou alles misschien anders zijn gelopen. )8 Helmond was groter als Eindhoven, ook daar zal best een verfwinkel met een bijzondere klantenkring zijn geweest. Aangezien dat Vincents broer Cor in Helmond naar de H.B.S. ging zou af en toe meerijden met de trein voor de hand liggen. Nog een stap verder in mijn fantasie is het volgende station "Deurne" in de Peel met een bevolking van boeren en turfstekers, plaggenhutten en eten dat naar veen ruikt. Vincent zou hier bekende ‘Peelschilders’ hebben ontmoet, het pakte anders uit.

In Eindhoven kwam Vincent in contact met een aantal kunstminnende Eindhovenaren waarvan er acht bekend zijn.

Aangenomen kan worden dat alle door mij aangegeven straten in de binnenstad, zie kaartje 4, door van Gogh belopen zijn, daar zijn kennissen in verschillende straten woonden en door hem zijn bezocht.

Denk hierbij aan:

Om zijn vrienden te bezoeken moest Vincent het stadje van Tongelre tot Gestel doorkruisen.

Hij had goede contacten met Anton Kerssemakers die bij het station woonde en een lid was van de fabrikantenfamilie uit Gestel. "Toon Kers" was een amateurschilder met een voorliefde voor het landschap. Van de werkjes van van Gogh in de stad Eindhoven van toen zijn er vier duidelijk bekend. Waaronder de oude goederenloods bij het station gezien vanuit het huis van Kerssemakers, een ruwe weergave in olieverf dat aanvankelijk als "station" is aangeduid JH 602.

EEN ZONDAG IN EINDHOVEN, JH 958

Het stationsplein op een natte zondagmiddag gemaakt in aquarel dat niet te boek staat of stond als stationsplein maar als straat in Eindhoven. Het opzoeken werd erg bemoeilijkt door de slechte weergave in het boek van Hulsker JH 958. De grote ruimte met plassen en straatlantaarns, een gebouw op de achtergrond en een zwarte wolk kon ik niet plaatsen. Zouden de straatlantaarns een aanknopingspunt zijn? Waar stonden in Eindhoven straatlantaarns met krullen onder het armatuur en hoeveel? Deze vragen brachten mij bij N.V. Nutsbedrijf regio Eindhoven. Op de hierboven gestelde vragen kon geen goed antwoord worden gegeven.

Wel bestaat er een verhaal over het wel en wee van die verlichting in de vorige eeuw, dit is door de Hr.Jansen van het Nutsbedrijf naar mij gezonden. Ik vind het interessant genoeg er iets over te vermelden. Op donderdag 29 december 1796 werd besloten om in de stad Eindhoven straatverlichting aan te brengen. Dit was "raapolielicht", met in de wintermaanden een toevoeging van lijnolie tegen het bevriezen. Na vele jaren geharrewar werd in 1857, gebonden aan een hele reeks uitgebreide artikelen, toestemming verleend om de raapolieverlichting te vervangen door 45 koolgaslantaarns. Deze gaslantaarns zijn in de binnenstad in velerlei vormen, tot omstreeks 1932 in gebruik geweest.

Ik kan hier aan toevoegen dat Vincent dit aquarelletje JH 958 vanuit een portiek gemaakt zal hebben om zijn spullen droog te houden. Dit werkje kan als tijdvulling bedoeld zijn geweest, in afwachting van een of meer personen. Rond het middaguur was de laatste mis uit en werd de tafel gedekt voor de zondagsmaaltijd. Het merendeel van Vincents kennissenkring was katholiek. Op het St.Catarinakerkhof (stadskerkhof) zijn nog vele stille getuigen aanwezig waaronder het graf van Anton Kerssemakers en zijn vrouw.

Om weer terug te komen op het werk "Stationsplein Eindhoven" JH 958; hierover was ik tot nu toe niets wijzer geworden.

Bij een bezoek aan Jack van Hoek kwam een geïllustreerd van Gogh-boek voor den dag met daarin een goede aquarel afbeelding van JH 958. Met wat uitleg is hier in het stationsplein in te zien zoals lopende reizigers in de regen en een moeilijk herkenbaar eerste station van Eindhoven. De zwarte wolk komt van een locomotief en wordt weerspiegeld in het natte wegdek. Met dank aan Jack van Hoek, ik zou het anders niet hebben gevonden.

Dit geldt ook voor de Algemene begraafplaats aan de Langendijk, tegenwoordig Vestdijk (JH 1032). Mijn visie is echter anders.

Ik zie hier n.l. geen "leugentje van de tekenaar", zoals Van Hoek schrijft. Ik zie wel het: "…afsluiten van hetgeen je niet wil- of zelfs mag zien…" conform een citaat uit brief 517 aan A. Kerssemakers juni 1885, het betreft hier de beperking van de beeldhoek, of kader; vergelijk dit met een schilderijlijst.

Een voorbeeld van de beschrijving van een andere werkwijze, lezen we in Van Gogh’s brief 487/394 feb. 1885 aan Theo: "… de silhouetten van gebouwen achter massa’s hakhout…", sluit aan bij de vorige situatie van het bewust "kaderen"

van de gebouwen aan de horizon, van linnenfabriek Ignatius de Haes en de schoorsteen van de katoenfabriek van H. Smits.

Zie laatste blad (kadasterkaartje 1886) omgeving Langendijk. Met inzet van "Ruiming in de regen Alg. begraafplaats Eindhoven", JH 1032 / F1399. Vanuit het aangegeven kijkpunt op de Alg. begraafplaats is een blik op de genoemde textielfabrieken mogelijk geweest. De "beperkte beeldhoek" is met stippellijnen gemarkeerd.

MARKT IN EINDHOVEN MET WAAGGEBOUW, 1995 foto cv

De tekening van het "waaggebouw" JH 638, toen nog te boek als stadhuis met drie verdiepingen is een weergave van het nu totaal verbouwde pand hoek Markt-Marktstraat. "Den achterom" op de tekening wijkt wat af, dat is te zien op oude foto's. Verder is verwisseling met een ander gebouw uit de regio uitgesloten. Toon Kers zoals hij genoemd werd heeft mogelijk tekenles gehad aan de "Eindhovensche Teekenschool", die toen op de derde verdieping van het oude waaggebouw gevestigd was. Hier zie ik een verband tussen Kerssemakers en het ontstaan van tekening JH 638 door van Gogh. Ook anderen uit de kennissenkring kunnen die school bezocht hebben, zoals Baijens. Daar van Anton Kerssemakers meer bekend is dan van de anderen laat ik in mijn verhaal "Toon Kers" als hoofdpersoon van de groep fungeren en opdraaien voor de verdere ontwikkelingen in en om Eindhoven. Het schetsje JH 606 van de St.Catharinakerk, betrof geen oud bouwwerk (gereed 1867). De bijzondere architectuur moest even worden vastgelegd, mogelijk in het bijzijn van anderen.

Kerssemakers moet ook gezien worden als de man die van Gogh bij de Genneper watermolen bracht (of leerde kennen), via Grote of Kleine Berg, Hoogstraat, Zandstraat (nu Gestelsestraat) en Genneperweg. De werken van Vincent van de watermolen, zijn allen gezien, dus ook gemaakt vanaf het landgoed Rapelenburg en daar kon je niet zomaar binnenlopen. )9 Het ligt voor de hand dat Kerssemakers dat wel even geregeld had om daar samen te kunnen werken. Eenmaal geïntroduceerd, kon Vincent ook alleen in die tuin gaan zitten zonder gestoord te worden.

Dat de Genneperwatermolen zo plotseling in de belangstelling stond had waarschijnlijk te maken met de grote veranderingen die daar plaats vonden na de dood van Mevr. Rumolda Smits, November 1883.

In 1884 kocht Antonie Holten de molen met bijgebouwen en woonhuis.

Het koffiehuis ernaast met de tuin en de vijver met de open verbinding aan de Trompetterloop (zijtak van de Dommel), kwam in het bezit van Cornelis Meulenbroeks.

Rechts van de Trompetterloop bouwde in 1884 J.M. van de Boomen een nieuwe boerderij, thans nog in gebruik als aardappelhandel van de gebroeders Kapteijns.

Mogelijk waren vanuit Gennep twee windmolens te zien, aan de linkerkant van de watermolen de "Gestelse windmolen aan de Engelenstraat, tussen Zandstraat en de Hoogstraat."

Rechts van de watermolen "de Grote stellingmolen aan de Looiakkerstraat te Stratum."

De daar weer achter liggende St. Joriskerk, toen nog zonder toren, was van daaruit niet te zien vanwege de dichte begroeiingen van hakhout en populieren.

EINDHOVEN, HOOGSTRAAT BELENDENDE TUINEN VAN TEXTIELFABRIEK KERSSEMAKERS, 1995 foto cv

De z.g. "Antwerpse tekening" JH 965 is door Jack van Hoek in Eindhoven geplaatst, naar mijn idee goed gezien, alleen zie ik hem op een andere plaats, namelijk in Gestel. De achterzijde van de Textielfabriek van vader Kerssemakers aan de Hoogstraat, het z.g. Kerssemakerspad langs de bleekweide met daartussen de slootjes, om het te bleken linnengoed met een gieter of raagbol te kunnen bevochtigen. Het geheel gelegen op minder dan 300 meter afstand de Gestelse molen aan de Engelenstraat. Helemaal rechts op ca. 2 km afstand de St.Catharina Kerk van Eindhoven. De laatste resten van de textielfabriek zijn verdwenen bij de doorbraak van de Hoogstraat door de Boutenslaan, als deel van de rondweg. Enkele doorgeschoten hagen van de belendende tuinen van Kerssemakers, staan er heden (maart 2000) nog, in de richting van het restant van de Scheidingsstraat. Binnen korte tijd zullen deze echter ook verdwenen zijn door nieuwbouw.

GRAFSTEEN A. KERSSEMAKERS EN MEVR. A. SIMONIS, 1995 foto cv

STILLEVENS

In de herfst van 1884 zijn een groot aantal stillevens ontstaan vermoedelijk onder invloed van het Eindhovens clubje.

Eerst was Toon Hermans de gangmaker voor een serie van zes grote schilderijen ter versiering van zijn eetkamer. Hermans mocht ze kopiëren en stelde daar verf en uitleen van kleine antiekspulletjes voor studie tegenover. Opvallend is dat de vele stillevens die daarop volgden samen met de anderen in Eindhoven, geschilderd zijn in afmetingen ca. 30x40 cm iets groter of iets kleiner en als doek op paneel gelijmd. Wie had er voor die paneeltjes gezorgd en wat was dat voor materiaal? Ook de koppenstudies van boeren en boerinnen die in de wintermaanden volgden waren veelal op deze materialen vervaardigd. Persoonlijk onderzoek naar deze materialen

aan de nog bestaande schilderijen, is onmogelijk en goede antwoorden op mijn navragen heb ik niet gekregen. Wat overblijft is een eigen theorie! Anton Kerssemakers had ook een sigarenfabrikant in de familie, een kleine echter, in vergelijking met Mignot en De Block. Sigaren gingen voor een groot deel in speciaal daarvoor vervaardigde kistjes naar binnen- en buitenland. Dit kistjeshout werd ingekocht als een dik soort geschilde of gestoken fineer. Fineer dat al heel lang in gezaagde vorm bestond maar te veel afval opleverde. In 1883 startte een zoon van Johann Bruning, sigarenkistenfabrikant in Duitsland, een door stoom aangedreven sigarenkistenfabriek aan de Tongelreseweg te Stratum. Ook lijmtechnieken waren "den Bruning", zoals hij genoemd werd, niet vreemd. Triplex bestond onder de naam Plywood in Canada, geschilde en gelaagde fineer, tegen het kromtrekken. Voordat men zelf produceerde, vond de inkoop van houtsamenstellingen plaats in Duitsland en Frankrijk. Duitsland had reeds hydraulische lijmpersen van Siebelkamp uit Berlijn. Frankrijk kende de techniek van het fineersteken (eiken op spiegel, fauxquartier). De groei van de kistenfabriek van Bruning verliep stormachtig, in 1912 werd het "De N.V.Picus". Mijn idee is dan ook dat de bewuste schilderpaneeltjes van Vincent van Gogh uit een soort triplex bestonden, dat was steviger dan karton en goedkoper dan spie-raampjes. )10 Als mijn theorie juist is, heeft ook hier Kerssemakers zijn inbreng gehad en zijn diensten aangeboden. Ik denk dat Vincent met Kerssemakers alle kanten op kon en zijn best deed om hem te vriend te houden.

Winter en voorjaar 1885 bracht Vincent vaak door bij de boeren in eigen omgeving waaruit de compositie van de aardappeleters is ontstaan. De dood van zijn vader in maart 1885 bracht wederom veranderingen in zijn leven. Thuis, waar hij nog steeds ging eten- en slapen, stegen de problemen met de dag.

In april laat Vincent aan Theo weten:

"Ik ben naar Eindhoven geweest voor het bestellen van een klein steentje, voor het maken van een serie lithografies.(....) Ik krijg nu gebruik van de steen, greinen, papier en drukloon voor vijftig exemplaren voor f 3,- (....)".

Daar zal Dimmen Gestel, zoon van een lithograaf / kleermaker en jongste lid van het schilderskringetje voor gezorgd hebben.

Over werken die betrekking hadden op "de Aardappeleters" JH 764 als lithografie en later als schilderijen kreeg Vincent veel kritiek te verduren van de kenners.

In Eindhoven was dat anders, niemand sprak hem tegen of deden dat voorzichtig, over het hoe en waarom. Ook had Vincent zijn "Aardappeleters" mee naar Eindhoven genomen om bij Kerssemakers er de laatste hand aan te leggen. Dat schilderij is daar nog een aantal dagen gebleven, toen weer versleept naar "de hut van die luitjes om er naar de natuur" nog wat aan te doen. Op 6 mei ging het schilderij in "een kistje" naar Theo. Wat voor een kistje? Het doek van meer dan 1 vierkante meter op spie-raam of opgerold met alle beschadigingsrisico's van dien. Vanaf 11 mei 1885 woont hij bij de koster, dat wil zeggen daar slapen en ook thuis niet meer eten. Hier start de aanslag op zijn gezondheid, want van hier af at hij nog onregelmatiger en slechter. Voorlopig bleef hij in zijn eigen omgeving werken.

VORIGE PAG. / BACK BACK TO START VOLGENDE PAG. / NEXT

TERUG NAAR BOVEN / BACK TO TOP

    

Ad Verkooijen HOMEPAGE maart 2000 cv / av   All text is copyrighted to CAH Verkooijen; Pictures on this page are copyrighted and for study only