Op zoek naar de voetstappen van

Vincent van Gogh

in zijn Nuenense periode

INLEIDING

DEEL 1/6

DEEL-1 DEEL-2 DEEL-3 DEEL-4 DEEL-5 DEEL-6
           

 

Populierenlaan bij zonsondergang, JH 518

INLEIDING

Uit de jeugd van Vincent zijn aardige tekeningetjes bekend waaraan door hem de nodige aandacht was besteed. De start voor zijn kunstenaarschap ligt volgens deskundigen in 1880, het jaar waarin hij zich op 15 september liet inschrijven aan de Academie des Beaux Arts te Brussel. Daar leerde hij de jonge Nederlandse kunstenaar in opleiding Anthon van Rappard kennen, waarmee hij nog ongeveer 5 jaar contact bleef houden. Op 1mei 1881 schreef hij aan zijn broer Theo: "Ik hoop zoveel studies te maken als ik maar kan, want dat is het zaad waar later tekeningen van komen". Deze twee regels zijn mijns inziens op veel van zijn latere werkjes van toepassing. De studie aan de academie in Brussel is van korte duur geweest, zijn beginnerswerk ging echter te Etten gewoon door met het lezen van kunstliteratuur en het maken van buitenstudies in Etten en omgeving. In juni 1881 was A. v. Rappard een dag of twaalf op bezoek geweest en samen zullen ze heel wat bekeken en besproken hebben. De windmolen bij Etten JH 6 (inventarisatie Jan Hulsker) )1 geeft heel aardig de vorderingen van Vincent weer. Een reisje van 4 dagen naar Den Haag bracht hem bij Anton Mauve, een talentvolle neef in wie Vincent een leermeester zag. Op de terugweg naar Etten is hij uit de trein gestapt om, ondanks de regen, een rij molens te tekenen, JH 15.

De briefwisseling met van Rappard in oktober 1881 gaat over zaaiers, spitters etc. mannen en vrouwen, het werken met houtskool en conté, met sepia en waterverf. Ook komt hier duidelijk naar voren dat Vincent een groot verschil maakte tussen krabbels, een studie en een meer juiste tekening. De studies zouden bij slecht weer te pas kunnen komen. Figuur en omgeving met elkaar in overeenstemming brengen, ging hem niet best af. In december 1881 ging hij naar Den Haag in de hoop van Mauve en andere Haagse schilders het een en ander op te steken. Deze z.g. Haagse periode heeft grote invloed gehad op zijn verdere ontplooiing als kunstenaar. Andere zaken in Den Haag hebben alleen maar aan hem gevreten. De Haagse tijd heeft geduurd tot september 1883. In diverse boekwerken is hier uitgebreid over geschreven met ruime toelichtingen en verwijzingen naar de briefwisselingen met zijn broer Theo. Ook is een hele lijst van gevestigde schilders die hij bewonderde of juist bekritiseerde, bekend. Vele malen is in zijn werkwijze daarvan gebruik gemaakt en op zijn manier weergegeven. Goed gevonden zeggen sommige ingewijden, anderen vinden het onkunde. Na een bezinningstijd van 2 maanden in Drenthe, zere voeten van het lopen en platzak, ging hij op weg naar Nuenen waar zijn ouders sinds augustus 1882 woonden.

In december 1883 startte hier zijn z.g. Nuenense periode die slechts 2 jaar zou duren, maar veel mensen, generaties lang zal bezig houden met wat hij deed of juist niet deed. Het hoe en waarom, op welke plekken, bij wie en met wie enz.

De stichting "Nuenen-100 jaar van Gogh", heeft in 1984 het Nuenense van Goghjaar in het leven geroepen en daaraan een thema-tentoonstelling verbonden, inclusief catalogus. De titel van dit boekwerkje: "Een Brabantse van Gogh-ervaring", vind ik goed gekozen, als je de werkplekjes weet terug te vinden.

Ook ik heb een Nuenense periode gekend. Niet als schilder of als inwoner maar van 1980 tot 1990 als natuurliefhebber in een Nuenense natuurwerkgroep. De daarbij behorende activiteiten waren aanleiding om vele uithoeken van Nuenen c.a. te verkennen en te observeren. Ook heb ik vaak eenzame zwerftochten ondernomen en doe dat soms nog, zonder plichtplegingen en op een moment dat mij uitkomt. Het maken van aantekeningen, schetsjes of foto's, de tijd nemen om rond te kijken, wekt voldoende aandacht om benaderd te worden bij boerderijen of in het veld. Anderen staan soms te wachten of je iets wil vragen, of om zelf wijzer te worden van je bedoelingen. De meesten vertellen alles wat je weten wil over Nu en Toen vooral de ouderen, als je maar niet over gevoelige onderwerpen praat als natuurbehoud en milieu.

 

Het van Goghjaar te Nuenen was voor mij aanleiding om op zoek te gaan naar nog bestaande lokaties waar van Gogh werkte, in en rond Nuenen. De hutten op de hei en de 'menschen nesten', zoals hijzelf schreef, zijn nergens meer te vinden. Maar er zijn wel aanwijzingen waar hij die zocht, ondanks de vele veranderingen in de voorbije honderd jaar. Drie boeken met foto's en verhalen over oud Nuenen zijn best aardig, maar brachten mij niet verder. Het streekarchief te Eindhoven bracht vele oude plattegronden op tafel en daar bleef het bij. Hoe kan ik me verplaatsen in 1885? Er waren toen nauwelijks straatnamen, de buurtschappen hadden meestal veldnamen. De huizen hadden geen huisnummer, dat was niet nodig omdat iedereen, iedereen kende. Wie verzorgde dan de post en wie was de veldwachter? Welke cafees waren er nog meer behalve Café de Zwaan en waar stonden die? Op weinig van deze vragen heb ik een goed antwoord gekregen. Opgeven dan maar?

 

Een grotere tentoonstelling kwam tot stand onder de naam " van Gogh in Brabant", in het Noord-Brabants Museum te 's Hertogenbosch, van tien november 1987 tot tien januari 1988. Deze tentoonstelling sprak me erg aan. Ik was vooral verbaast over de vele schetsen en tekeningen van goede kwaliteit. De olieverfwerken vond ik minder, omdat velen erg donker zijn, vooral de aardappeleters. Toch heb ik wel 3 keer alles van A tot Z bekeken met als prettige ervaring, dat met de neus er boven op staan, toegestaan was. Het begeleidende boek " van Gogh in Brabant" geeft veel informatie. Dit boek wilde ik ook graag hebben maar ik kwam niet verder dan het boek bekijken, geld tellen, weg- gaan en weer terugkomen. De dame achter de boekentafel had in de gaten dat er iets mis was en informeerde naar mijn probleem. Haar oplossing was, gewoon even naar huis geld halen, maar naar Eindhoven op en neer vond ze toch ook te gek. Voor haar zag ik er kennelijk betrouwbaar uit, ze paste de ontbrekende f 15,- bij, wij wisselden elkaars adressen uit en ik was in het bezit van dit mooie boek. Deze aardige mevrouw woonde toevallig ook in Eindhoven en vertrouwde erop dat ik mijn schulden zou betalen via de brievenbus, met vermelding " van Gogh in Brabant". Aldus geschiedde.

 

Dit boek heeft me ertoe gebracht, opnieuw op zoek te gaan naar de voetstappen van van Gogh. Om het hoe en waarom van zijn werken te doorgronden moet je als het ware in zijn huid proberen te kruipen. In een tijd dat vele woorden een andere betekenis hadden, dat er geen moderne energievoorzieningen waren, geen riolering en de waterput niet ver van de beerput was gelegen. Als verlichting, dienden kaarsen en een 'bromollie lempke' en 'veur de stook, mutserd' (takkebossen) of soms turf. Menige burgemeester had ook een 'verrekuskot' of een geitenstal, en werd 'de was gespuuld' in een slootje. Huizen groot of klein opgebouwd uit veldmaterialen waren hutten. Een zandpad evenwijdig aan een waterloop een straat en een gehuchtje een dorp. 'Op de hei', was bedoeld als 'bij de heide')2.

In en rond Nuenen groeide overal heide. Driekwart van Noord-Brabant was toen nog met heidevelden bedekt, ontstaan door menselijk ingrijpen in de loop van vele eeuwen. Tuinen werden beschermd door heggen en akkers werden beschermd door houtwallen, zodat stuifzanden daar minder vat op konden krijgen. Op oude topografische kaarten is dit duidelijk te zien.Op plaatsen waar nieuwbouw en verkaveling niet hard hebben toegeslagen zijn oude heggen en houtwallen tegenwoordig nog terug te vinden.

Een methode die me aansprak om het buitengebeuren overzichtelijk te maken, is het getekende kaartje van Etten en omgeving gemaakt door Vincent met onderschrift van broer Cor in 1878.

kaartje Etten...

Met behulp van de Historische Atlas van Noord-Brabant, uitgave Robas B.V., ben ik op een soortgelijke manier, aan het werk gegaan, zoals ‘het kaartje van Etten’. De topografische gegevens zijn van rond 1900 en hebben in die tijd geen grote veranderingen ondergaan. Dit is af te leiden aan de hand van nog oudere kaarten en een gemeentekaart uit 1866. De tekeningen en schilderijen in de Nuenense periode van van Gogh zijn deels terug te vinden in zijn vele brieven. Ook eigen waarnemingen zijn nog steeds mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn, de watermolens, de Sint Clemens kerk, het Protestantse kerkje aan de Papenvoort en de bijbehorende pastorie met pastorietuin aan de Berg.

VORIGE PAG. / BACK BACK TO START VOLGENDE PAG. / NEXT

TERUG NAAR BOVEN / BACK TO TOP

    

Ad Verkooijen HOMEPAGE 2000 cv / av   All text is copyrighted to CAH Verkooijen; Pictures on this page are copyrighted and for study only